Het leven na de gruwel
Bijschrift wordt geladen...
UITSTAP NAAR DE HARTELOZE WERELD VAN KIM D. — Over het drama van Dendermonde weten we weinig met zekerheid, behalve dat het vreselijk is. Ondertussen gaat het leven door, maar het verdriet en de onmacht blijven. Want de moordpartij zegt ook iets over onze samenleving. En dat moet ons evenzeer verontrusten, vindt Marc Reynebeau . Net omdat het leven doorgaat.
Het was te voorspellen. Na de tragedie van Dendermonde voelt een rechtgeaard politicus zich geroepen om 'maatregelen' te nemen. Zeker een minister die maar een paar maanden de tijd meer heeft om naam te maken, voelt daartoe de drang. De kersverse Vlaamse minister van Welzijn Veerle Heeren vindt dus dat er voortaan een groot slot aan de deur van elk kinderdagverblijf moet hangen.
Fijn. De volgende Kim D. kan het dan misschien via het raam proberen. Dat heeft de minister vast ook al bedacht en beveelt ze de crèches straks om tralies voor de ramen te plaatsen. Ramen die uiteraard van kogelwerend glas zullen moeten zijn. Waarna de volgende Kim D. misschien naar een school zal trekken. Of een speeltuin. Of een bejaardentehuis. Of een supermarkt. Of gewoon een winkelstraat.
Zo is er geen beginnen aan. En waarom ook? Een Kim D. komt gelukkig maar uiterst zelden voor. Maar de minister zal toch ferm 'maatregelen' hebben genomen. Het is een teken van daadkracht. Dat is net wat ze hoopt dat de publieke opinie over haar zal denken: dat ze 'optreedt', haar verantwoordelijkheid neemt. In een geval waarin iedereen alleen onmacht en verbijstering ervaart, wekken 'maatregelen' de indruk van het tegendeel, dat het toch mogelijk is om handelend op te treden - al zal dat weinig of niets uithalen.
Zo probeert de samenleving, toch in de perceptie, de orde en de zekerheden te herstellen die door het drama zo wreed zijn verstoord. Maar de kans bestaat dat de laatste rimpel niet kan worden gladgestreken. Want misschien moet de dader niet worden berecht, maar geïnterneerd. Als Kim D. inderdaad ontoerekeningsvatbaar was, zal geen sprake kunnen zijn van een catharsis in een emotioneel assisenproces, de arena waarin het Kwaad de kop wordt ingedrukt en naar de penitentiaire vergeetput verwezen.
Toevallig stelde de Hoge Raad voor de Justitie dezer dagen voor om de assisenprocedure met een volksjury af te schaffen. De reactie van de nieuwe minister van Justitie Stefaan De Clerck op dat voorstel was evenwel erg verontrustend. Hij toont zich namelijk iets te gretig om het 'therapeutisch' effect van een assisenproces te onderstrepen - therapeutisch voor de samenleving, bedoelt hij.
Je zal maar als beklaagde voor het Hof en de jury verschijnen en eventueel van je eigen onschuld overtuigd zijn - dat gebeurt. En dan blijkt dat je proces, waarin je hoopt alles te kunnen uitleggen, niet dient om gerechtigheid te laten geschieden, maar als vertoon in een maatschappelijke therapie, bijna als showproces.
Weg van de minste weerstand
Die twee vallen namelijk niet noodzakelijk altijd samen. En het gerecht verdient zijn publieke vertrouwen niet alleen door de mate waarin het de schuldigen bestraft, maar evenzeer door zijn vermogen om onschuldigen vrij te spreken.
Meer nog, De Clerck is een voorstander van de volksjury omdat 'het volk' daarin volgens hem 'vanuit de buik mag oordelen'. Zo citeerde De Morgen hem toch. Dat is niet alleen geen compliment voor dat 'volk' en voor de doorgaans integer oordelende jury's, het suggereert welhaast dat lynchjustitie moet kunnen.
Ja, er hoort inderdaad een graad van vertoon bij justitie, maar alleen in de mate dat justice must be seen to be done. Dat betekent dat iedereen moet kunnen zien dat het proces open, fair en rechtmatig verloopt en dat ieders belang, ook dat van de verdediging, is gerespecteerd. Een eindoordeel moet gevoed worden door het geweten en het rechtvaardigheidsgevoel, en moet dus zeker niet 'vanuit de buik' komen.
De Clercks uitspraken zijn des te meer verontrustend omdat hij ze deed op een moment dat het trauma van Dendermonde nog volop schrijnt. Bij de buitenwacht vertonen de emoties daarrond wel vaker de neiging om de weg van de minste weerstand te kiezen. Vandaar de roep om voor dit geval de doodstraf weer in te voeren. Dat wijst veeleer op een verlangen naar wraak dan naar gerechtigheid. Zo zijn we tenminste van de dader af, mogen we denken dat alvast hij de gruwel niet meer kan herhalen en kunnen we ons koesteren in de zoete illusie dat wij tenminste aan de goede kant staan, die van de vermoorde onschuld.
Maar er valt nu eenmaal onmogelijk een goede kant te vinden aan de Dendermondse tragedie. Wie alleen 'vanuit de buik' oordeelt, maakt het zichzelf wel erg gemakkelijk om de handen in de onschuld te wassen. Al is het ook te eenvoudig om, wanneer de dader misschien ontoerekeningsvatbaar is, 'de maatschappij' dan maar alle schuld te geven. Dat zou eindigen in goedkoop en pathetisch gemoraliseer, waarmee in zijn abstractie niets aan te vangen valt.
Nuttiger is het om in plaats van naar abstracte schuld, naar concrete omstandigheden te peilen. Dan tekent zich bij de dader een erg onaangename voorgeschiedenis af. Die toont immers dat de kennelijk geestelijk kwetsbare Kim D. steeds verder van de realiteit wegdreef en zo in een moorddadige fantasiewereld terecht kwam. Dat werd mogelijk doordat hij zijn eigen opvattingen niet langer kon toetsen aan de 'echte' wereld, omdat zijn zelfgekozen isolement elk eventueel corrigerend menselijk contact onmogelijk maakte.
Macho's en losers
De vraag is dan waarom Kim D. zich zo verregaand isoleerde. Blijkbaar had hij de idee dat hij niet paste in die echte wereld. Die wereld toont zich wel erg gesteld op persoonlijke identiteit, maar leek toch de authenticiteit van Kim D. niet te willen aanvaarden. Een medeleerlinge getuigde immers dat hij op de middelbare school geregeld werd gepest (DS 30 januari).
Want als scholier was Kim D., zoals de kranten schreven, 'zachtaardig', 'soft', 'poëtisch', 'een watje' en 'meisjesachtig' - ja, dat hoort een puberjongen vast graag. Met zijn extreme razernij in Fabeltjesland heeft hij daar wel het tegendeel van bewezen. Op zijn werk noemden zijn collega's hem spottend 'de autist' (DS 26 januari) - ook niet bepaald een uitnodiging tot hartelijk sociaal contact.
Het is erg onprettig om het te beseffen, maar dat zegt allemaal wel degelijk iets over de onderhuidse, impliciete waarden en vooral vooroordelen in de samenleving, of toch in de wereld waar Kim D. mee te maken kreeg. Daar heerst kennelijk een dwingende machocultuur zonder enig mededogen. Daarin is het bijvoorbeeld, op straffe van pesterij, niet toegestaan om zachtaardig te zijn. Het is een harde wereld waaraan iedereen zich moet conformeren en waarin 'poëtisch' zijn alleen iets is voor mietjes.
Iedereen moet er presteren en met iedereen concurreren om de mooiste, de snelste, de slimste, de handigste, de succesrijkste, of de luidruchtigste te zijn. Daar wordt snel en genadeloos het onderscheid gemaakt tussen who sucks en whorules. Wie faalt, wordt weggezet als een watje en een loser. Die wordt in het beste geval alleen genegeerd, in het slechtste geval bespot, gepest, uitgesloten en gediscrimineerd.
Presteren, concurreren, afkeer van zachte waarden, een wereld zonder empathie die alleen winnaars eert en die uitsluit wie afwijkt van de norm - dat klinkt toch allemaal erg vertrouwd in de oren. Zou dat geen stof zijn voor het normen-en-waardendebat?
Niemand weet wat er omging in het hoofd van Kim D. Maar met wat anderen al over hem hebben verteld, is het niet moeilijk om zich voor te stellen dat hij de wereld als heel onherbergzaam heeft ervaren - anders had hij er zich niet van geïsoleerd. Dat zijn allemaal oncomfortabele vaststellingen. Maar wie ze weigert, wie zich daardoor niet wil laten verontrusten, gaat sociaal of justitieel zelf in een fantasiewereld leven. En we weten dat daar nooit iets goeds van komt.
Marc Reynebeau is redacteur van deze krant